Is feedback wel effectief?

Mag ik jou even feedback geven?” Wat doet die vraag met jou? Voor velen leidt dit onmiddellijk tot innerlijk alert zijn, enige angst en onrust. We verwachten immers een negatief oordeel… Ons brein is van nature niet gemakkelijk in staat om feedback te ontvangen; het vraagt nogal wat om een negatieve interventie positief te integreren.

De spagaat van goed en fout

Wanneer we feedback geven willen we meestal:

  • Iemand aanspreken op iets wat hij fout heeft gedaan en beter moet doen.
  • Iemand aanspreken op gedrag waar je last van hebt om zijn gedrag te (laten) veranderen.

 Niet gek dat de ontvanger vooral hoort wat er ‘fout’ is of ‘niet goed’, toch? Zo interpreteert het brein dit van uit ons limbisch systeem; dat deel van je brein wat zo min mogelijk angst en zoveel mogelijk plezier wil ervaren.

Uit onderzoek (*) blijkt dat bij gevaar of bedreiging je brein direct reageert door stresshormonen te produceren, dus ook bij negatieve feedback. Die hormonen-boost heeft invloed op je gedrag: het maakt dat je minder open bent, minder goed kunt concentreren en slecht(er) nieuwe informatie tot je kunt nemen. Ander onderzoek (**) laat zien dat je hersenen op negatieve feedback precies hetzelfde reageren als op fysieke pijn. Wanneer het bedreigende gevoel eenmaal is aangewakkerd, is het niet zo snel meer tot rust te brengen. Het belemmert mensen om creatief te zijn, om samen te werken en om afgewogen beslissingen te nemen.

Actie en reactie

‘Iemand ergens op aanspreken’, zo zijn we feedback gewend en op die manier willen we verandering en groei beïnvloeden. Maar als er een oordeel wordt geventileerd -of we er een oordeel in horen- reageert het brein angstig. De natuurlijke reactie is dan onszelf te beschermen of verdedigen door bijvoorbeeld:

  • Uit te gaan leggen waarom je deed wat je deed;
  • Te zeggen dat het niet waar is of echt anders was;
  • ‘Dank je wel’ te zeggen en er vervolgens niks mee te doen;
  • Jezelf te beschuldigen (extra pijnlijk): “Ja, wat stom dat ik dat vergat, ik ben ook zo chaotisch”;
  • Emotioneel te reageren: stilvallen, huilen, boos, geïrriteerd, cynisch, kil, hakkelen, stotteren, blozen…

Ook als gever van feedback-boodschappen, waarin iets van schuld of verwijt doorklinkt, kun je je ongemakkelijk voelen. Zeker als men een van bovenstaande reacties terugverwacht. Ook bij de gever ontstaat vooraf al een verhoogde spanning. Het brein is voorgeprogrammeerd en brengt onbedoeld juist meer ruis op de lijn.

Feedforward  

Het verschil tussen feedforward en feedback is subtiel en tegelijkertijd fundamenteel. Door niet terug te kijken naar een situatie in het verleden maar je te richten op de toekomst, benadruk je al een aantal positieve effecten

Vanuit verbindende communicatie gaan we nog een stap verder met werkvormen die uitgaan van het daadwerkelijk verrijken van de samenwerking door verantwoordelijkheid te nemen voor jezelf in plaats van de ander te willen verbeteren.

Met deze werkvormen richten we ons op:

  • Wat er wel is i.p.v. de aandacht leggen op wat niet loopt of verkeerd gaat.
  • Gelijkwaardigheid als mens, en meer zelf-verantwoordelijkheid en waardering in de samenwerking brengen.
  • Verbinding stimuleren door eerlijk en open te delen over wat er echt leeft.
  • Afstemmen en een positieve bespreekcultuur (i.p.v. aanspreekcultuur) versterken die de onderlinge samenwerking en efficiëntie verbetert.
  • De intrinsieke motivatie versterken door erkenning van behoeften als autonomie, respect, waardering, keuze zien.
Onze feedforward-vormen zijn snel en eenvoudig in te zetten, groei-georiënteerd, open en actiegericht en stimuleren nieuwe neurale verbindingen.

*. Mesulam M-M, 2000, “Principles of behavioral and cognitive neurology”, Oxford University Press.

** van Naomi Eisenberger (2011), “The pain of social disconnection”, Nature Reviews Neuroscience

Is feedback wel effectief?